Vergeten Notities

Medisch Handboek

Inkijkje

Een eeuw geleden

Notities en onderstreepte passages in oude (hand)boeken zijn een aanwijzing waar de belangstelling van een eerdere eigenaar naar toe ging. Vaak geeft dat ook een inzicht in de actualiteiten van het betreffende tijdsgewricht. Ooit heb ik een boekwerk in bezit gekregen dat uitmuntende kleurenplaten bevat. “De ziekten van den Mensch” van de hand van Dr.L.S.Meijer, Deventer, 1908. Daarvan heb ik er onlangs een als illustratie gebruikt (zie hier). Maar mijn aandacht werd nu getrokken door een eenzijdig beschreven velletje papier, waarvan ik de inhoud weergeef. Het  zijn aantekeningen van van een hoofdstuk ‘De kleinste, levende wezens (Micro-organismen)’. Door het opkomen van multi-resistentie en uitbraken is het trouwens een eeuw later weer een actueel onderwerp.

Micro-organismen

Bacteriën worden tegenwoordig bij de zwammen gerangschikt; doen echter in sommige opzichten aan wieren denken. Het zijn eencellige wezens, maar hun lichaam is toch anders gebouwd dan de meeste cellen. Zij staan het dichtst bij schimmels, draadzwammen en gisten (knopzwammen) en vormen een aparte groep, splijtzwammen/schyzomyceten)
Zij worden hoofdzakelijk onderscheiden in drie groepen: bacillen, coccen en spirillen. Een kern of een aparte celwand kan men er niet aan onderscheiden. Veel bacteriën hebben tril-of zweepharen. De bacteriën vermenigvuldigen zich door deling. Als men dit onder het mickroscoop volgt, dan ziet men midden in het staafje een lichte streep ontstaan en ineens valt het dan in twee stukken uiteen. Soms wordt eerst het staafje langer, waarna dan verder hetzelfde proces plaats heeft. Ook bij de coccen gaat het heel eenvoudig toe; het bolletje splitst zich in twee helften, die spoedig weer rond worden. Hierdoor ontstaan dan dikwijls eigenaardig gevormde groepen of koloniën als de cellen aan elkaar blijven zitten. Heeft de deling altijd plaats in dezelfde richting, dan ontstaat een lange rij of ketting van bolletjes. Men noemt ze kettingcoccen of streptococcen. Een andere keer blijven de dochtercellen twee aan twee bij elkander; men spreekt dan van dubbel- of diplococcen. Dikwijls heeft de celdeling plaats in alle richtingen en men noemt ze dan staphylococcen, naar de trosvormige groepen die is er dan ontstaan.