• Home
  • Twitter
  • Over Jan Taco
  • Opdrachtgevers
  • Contact
> Publicist > Innovatiecoach
DBW weblog LinkedIn RSS
  • Laatste 7 berichten

    • Magazine AR[t]
    • Kruis of Munt test
    • ASIA Syndroom
    • Bescherming pijnstillers hapert
    • Durftevragen OR dtv
    • Hoorcollege Dijkgraaf
    • Durf-Finchline-tevragen
  • Populaire berichten

    • Losse prothese: Bacterie (17)
    • Op de heupen (15)
    • Sarcoidose patienten pech? (11)
    • Glasvezel democratie (9)
    • Teleconsultatie via iPad (9)
    • Par DON? (9)
    • Oude Media Business (8)
  • Tweet Blender

    Twitter Logo
    Refresh
  • Contactgegevens

    Koningin Wilhelminastraat 18A
    8019 AM Zwolle
    Tel: +31 (0)6 43 78 29 53
    Fax: +31 (0)84 72 33 4 04
    info@dutchbuttonworks.com
    www.dutchbuttonworks.com

Diagnostiek in ziekenhuizen moet beter

2 juni 2010 om 16:01 uur door Jan Taco

  

Efficiënter georganiseerd bloedonderzoek in ziekenhuizen en beter gepresenteerde gegevens zouden het artsen makkelijker maken de juiste diagnose te stellen. Dat stelt prof. dr. Wouter van Solinge in zijn oratie ‘From vein to brain’ van 2 juni. Hij is als hoogleraar Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde verbonden aan het UMC Utrecht.

 

Artsen stellen niet altijd de juiste diagnose. Ongeveer de helft van de zaken waarover de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg zich buigen betreft patiënten die onjuist behandeld zijn of waar een verkeerde diagnose gesteld is. Van Solinge ziet verschillende oorzaken voor verkeerde diagnoses: veel verschillende aanvraagformulieren; veel verschillende laboratoria met eigen regels in aanvragen en rapporteren; niet-geprotocolleerd aanvragen van laboratoriumtesten; gebrekkige samenwerking en communicatie tussen laboratorium en arts.

Laboratoriumtesten helpen artsen bij het stellen van de diagnose. Bloedwaarden verschaffen informatie over het functioneren van organen of de aanwezigheid van infecties. Maar artsen moeten meerdere testen bij verschillende afdelingen aanvragen en informatie is fragmentarisch beschikbaar. Bovendien stijgt het aantal aangevraagde laboratoriumtesten jaarlijks sterk waardoor artsen steeds meer informatie te verwerken krijgen. In het UMC Utrecht is die stijging vijf procent per jaar.

Van Solinge: “Ik denk dat veel diagnostische problemen en fouten te wijten zijn aan een slechte presentatie van alle gegevens die tot een diagnose moeten leiden. Ik denk dat software artsen sterk zou kunnen helpen. Informatie over bloedwaarden zou integraal onderdeel moeten uitmaken van een elektronisch patiënten dossier dat ook de klinische aantekeningen bevat – al deze informatie moet op één scherm zichtbaar zijn. Beslissingsondersteunende software kan op basis van die gegevens adviezen geven over diagnose en behandeling.”

“Fragmentarisch aangeleverde informatie is een ondergewaardeerd risico voor de patiëntveiligheid in Nederland”, stelt Van Solinge. “Ik denk dat het instellen van één diagnostisch loket in het ziekenhuis een enorme verbetering zou zijn. Nu moeten artsen voor elk laboratoriumspecialisme aparte formulieren invullen en moeten ze veel schermen openen om alle informatie tevoorschijn te halen. Al deze processen kunnen efficiënter, maar ik realiseer me dat het niet makkelijk zal zijn dit te veranderen.”

Het Laboratorium voor Klinische Chemie en Haematologie van het UMC Utrecht verwerkt dagelijks tweeduizend verschillende buizen met bloed, urine, hersenvochten en andere monsters. Het Laboratorium produceert 20.000 testresultaten per dag (zo’n zeven miljoen laboratoriumuitslagen per jaar).

In het kader van wetenschappelijk onderzoek worden alle uitslagen van het bloedonderzoek gecombineerd met gegevens over onder andere diagnose, data over ziekteverloop, gebruik van geneesmiddelen, informatie over bloedtransfusies en opgeslagen in een database, de Utrecht Patient Oriented Database. UPOD bevat op dit moment gegevens van 1,6 miljoen patiënten, 71 miljoen laboratoriumgegevens, 1 miljard gegevens over bloedcellen en 1,5 miljoen recepten. Via de database zijn bijvoorbeeld bijwerkingen van medicijnen beter op te sporen. (Lees hier een artikel over UPOD in magazine Uniek.)

Prof. dr. Wouter van Solinge is als hoogleraar Klinische Chemie en  Laboratoriumgeneeskunde verbonden aan het UMC Utrecht. Zijn leerstoel is ondergebracht bij de Departement Farmaceutische Wetenschappen van de faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Tags: Diagnostiek, laboratorium, Solinge, UMCU, UPUD
Geplaatst in News | plaats reactie »

Aangeboren hartafwijkingen zijn deels genetisch te verklaren

28 mei 2010 om 20:48 uur door Jan Taco

Genetici hebben een genvariant gevonden die sterk bijdraagt aan het ontstaan van aangeboren hartafwijkingen. Samen met collega’s uit Amerika en Spanje beschrijven twee onderzoekers van het UMC Utrecht dit in het tijdschrift PLoS ONE van deze week.

 

Mensen met een variant van het gen ISL1 hebben een drie maal zo grote kans op een aangeboren hartafwijking. De kans op zo’n afwijking is overigens erg klein, minder dan een procent.

De genetici spoorden het ISL1-gen in twee stappen op. Eerst vergeleken ze driehonderd Amerikaanse patiënten met een aangeboren hartafwijking met 2200 gezonde controles. Ze controleerden de resultaten in de tweede fase. In drie groepen van in totaal duizend patiënten uit Amerika, Canada en Nederland keken ze of het gen inderdaad vaker voorkwam dan bij 2100 gezonde controles. In het onderzoek zijn de gegevens van bijna 1300 Nederlanders gebruikt (onder meer 600 patienten uit de landelijke registratie van patiënten met aangeboren hartafwijkingen, CONCOR, van het AMC).

Vanuit het UMC Utrecht zijn cardioloog prof. dr. Pieter Doevendans en geneticus dr. Bobby Koeleman bij het onderzoek betrokken. Doevendans noemt de resultaten een doorbraak bij het zoeken naar genetische oorzaken van aangeboren hartafwijkingen. “Het wijst erop dat aangeboren afwijkingen een sterke genetische component hebben. Veel mensen wijten de afwijkingen aan bijvoorbeeld een rokende moeder of suikerziekte tijdens de zwangerschap. Het genetische inzicht zal de operatieve behandeling van de afwijkingen niet veranderen, maar het leidt wel tot beter begrip van het ontstaan van de afwijkingen.”

Ieder jaar worden in Nederland 1500 kinderen geboren met een hartafwijking. Bij vijfhonderd baby’s is de afwijking zo ernstig dat zij in een academisch ziekenhuis geopereerd moeten worden. Het Kinderhartcentrum van het UMC Utrecht is een van de vier academische centra die deze operaties uitvoert.

Tags: concor, congenitaal, UMCU
Geplaatst in News | plaats reactie »

Huisarts behandelt diabetes beter dankzij meedenkende software

27 mei 2010 om 22:05 uur door Jan Taco

 

Diabetespatiënten zijn beter af als hun huisarts een speciaal ontwikkeld softwaresysteem en een gespecialiseerde praktijkverpleegkundige inzet. Dat concludeert huisarts Frits Cleveringa van het UMC Utrecht in zijn proefschrift. Hij promoveert op 27 mei. 

Het is voor het eerst in Nederland dat een beslissingsondersteunend computerprogramma in een trial onderzocht is. Cleveringa analyseerde gedurende een jaar de gezondheid van 3391 diabetespatiënten die bij hun huisarts onder behandeling waren. De helft van de 55 betrokken huisartsen gebruikte een speciaal softwaresysteem, de andere helft gaf de gebruikelijke zorg. Het softwaresysteem helpt de behandelaar bij het nemen van beslissingen. Daarnaast geeft het iedere drie maanden een overzicht van de patiënten bij wie de zorg verbeterd zou kunnen worden. Ook vergelijkt het de ‘prestaties’ van de eigen praktijk met die van tientallen andere huisartsenpraktijken. De praktijken waren verdeeld over heel Nederland.

Na een jaar blijken patiënten uit huisartsenpraktijken met het softwaresysteem beter af te zijn: hun cholesterolniveaus en bloeddruk zijn beter. Dat vertaalt zich naar een kleinere kans op hart- en vaatziekten: het tienjarig risico daalt 1,4 procent meer dan de in de controlegroep. De bloedsuikerspiegel, de belangrijkste maat bij de behandeling van diabetes, was in beide groepen gelijk en bij aanvang van het onderzoek werd de streefwaarde al gehaald.

Het gebruik van het softwaresysteem is niet voor alle groepen diabetespatiënten kosteneffectief, berekende Cleveringa. De geboekte gezondheidswinst is voor de gemiddelde diabetespatiënt niet groot genoeg om de extra kosten te rechtvaardigen. “De standaardzorg voor diabetespatiënten is in Nederland al erg goed”, zegt Cleveringa. “Maar het systeem is wel rendabel bij hoogrisicopatiënten met meer kans op hart- en vaatziekten.”

Het softwaresysteem Vital voor Diabetes (voorheen Diabetes ZorgProtocol) van software leverancier VitalHealth Software ‘denkt mee’ bij het maken van behandelbeslissingen. Bij een patiënt met voetproblemen herinnert het systeem bijvoorbeeld elke drie maanden aan de voetcontrole. Normale huisartsinformatiesystemen bevatten die informatie wel, maar vertalen dit niet in een praktisch behandeladvies. Daarnaast geeft het systeem elke drie maanden een overzicht van alle diabetespatiënten, met o.a. bloedsuiker- en bloeddrukwaarden. De huisarts kan zo in één oogopslag hoogrisico-patiënten identificeren waarbij de behandeling niet goed aanslaat. Daarbij wordt de praktijk vergeleken met andere deelnemende praktijken. Uit het onderzoek blijkt dat deze zogenaamde spiegelinformatie een essentieel onderdeel van het programma is. Tevens heeft de gespecialiseerde praktijk verpleegkundige een belangrijke toegevoegde waarde. Als case manager vormt zij tijdens het spreekuur een laagdrempelig aanspreekpunt voor patiënten.

Het onderzoek van Cleveringa is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het farmaceutische bedrijf Pfizer.

Cleveringa combineerde dit onderzoek aan het UMC Utrecht met zijn werk als huisarts. Sinds 2009 is hij fulltime huisarts en discipline coördinator in Gezondheidshuis Stadshagen te Zwolle.

Tags: cleveringa, diabetes, promotie, software, UMCU
Geplaatst in News | plaats reactie »

Primeur knie-operatie UMCU

18 mei 2010 om 11:37 uur door Jan Taco

Kunsthars

Maatwerk

Hoe krijg je dit onder de knie?

Orthopedisch chirurgen van het UMC Utrecht hebben gisteren een unieke knie-operatie uitgevoerd. Ze maakten via een MRI-scan een driedimensionaal beeld van de knie van de patiënt en zetten dat om in een kunsthars mal. Daarmee kon de orthopeed de nauwkeurig afgepaste kunstknie precies goed plaatsen. Voor patiënten belooft de methode kortere en betrouwbaardere operaties omdat chirurgen niet meer hoeven improviseren.

Vervanging

Het is voor het eerst dat deze ingreep in Nederland uitgevoerd is. Orthopedisch chirurg prof. dr. Daniël Saris van het UMC Utrecht voerde de operatie uit. Hij zal de komende tijd meerdere patiënten op deze manier opereren om te onderzoeken of het inderdaad tot betere resultaten en lagere kosten leidt. Saris: “Het vervangen van een knie is op deze manier een operatie zonder improvisatie en avontuur, dat komt de kwaliteit ten goede. Bovendien maakt efficiëntere logistiek de operatie goedkoper.”

MRI

Bij de nieuwe methode reconstrueert het Amerikaanse bedrijf Smith&Nephew op basis van een MRI-scan een driedimensionaal beeld van de knie. Hiermee maakt het bedrijf ‘zaagblokken’ uit kunsthars op maat voor de patiënt. Een zaagblok is een mal die precies op de knie past en voorzien is van speciaal berekende zaagsnedes. Op die manier kan de chirurg het bot alleen op de juiste plek en in de juiste richting op maat maken, waarna de prothese perfect past en in de juiste stand staat. Bij het plaatsen van een kunstknie bewerkt de orthopeed het scheenbeen en het dijbeen zodanig dat de metalen kunstknie goed past. Voor de werking van de knie is het belangrijk beide delen van de prothese precies onder de juiste hoek op het bot vast te zetten. Dat komt op de millimeter nauwkeurig.

Korter

Dankzij de nieuwe techniek kan de patiënt rekenen op een kortere en betrouwbaardere operatie. De patiënt is niet meer afhankelijk van een basisset van standaardmaten en een positie die gemiddeld goed is. Voor het ziekenhuis vereenvoudigt de nieuwe aanpak de logistiek rondom deze knie-operaties. Doordat de afmeting van de knieprothese vantevoren bekend is verloopt de operatie sneller en voorspelbaarder. Er hoeven minder instrumenten steriel beschikbaar te zijn. Voorheen gebruikten orthopeden tijdens de operatie vijf sets van acht standaardmaten. Bovendien moesten ze tijdens de operatie de positie van de kunstknie goed inschatten.

150

Het UMC Utrecht voert circa 150 knievervangende operaties per jaar uit. Het gaat vooral om complexe patiënten met ernstige knieslijtage door een ongeval of om zeer jonge patiënten die niet meer pijnvrij kunnen lopen.

Tags: gewricht, Hars, knieoperatie, Mal, MRI, UMCU
Geplaatst in Geneeskunde | plaats reactie »

UMC Utrecht start groot onderzoek naar polypil tegen vaatziekten

17 mei 2010 om 16:13 uur door Jan Taco

 

Vandaag start een groot internationaal onderzoek naar de ‘polypil’ waar het UMC Utrecht aan meedoet. Een goedkope pil met vier medicijnen, één keer per dag in te nemen, zou hart- en vaatziekten kunnen voorkomen. In vier landen doen straks tweeduizend patiënten mee.

 

De zogenaamde polypil is een combinatiepil die een milde bloedverdunner, een cholesterolverlager en twee bloeddrukverlagende middelen bevat. Dagelijks één tablet nemen zou de kans op hart- en vaatziekten kunnen verminderen. De pil is bedoeld voor patiënten met een hoog risico op hart- en vaatziekten of voor patiënten die al een hartaanval of beroerte hebben gehad. Het combineren van de vier medicijnen in één pil kan de kosten van de preventieve behandeling verminderen en de therapietrouw vergroten.

 

Het UMC Utrecht werkt samen met Imperial College in Londen en het onderzoek vindt behalve in Utrecht ook plaats in Groot Brittanië, Ierland en India. Uiteindelijk is het de bedoeling gedurende twee jaar tweeduizend patiënten mee te laten doen. De nieuwe trial sluit aan bij onderzoeken in Zuid-Afrika, China en Canada waar in totaal zevenduizend patiënten aan meedoen.

Prof. dr. Rick Grobbee van het Julius Centrum van het UMC Utrecht is mede-hoofdonderzoeker. “Het idee achter de polypil is eenvoudig: het is voor patiënten makkelijker om elke dag één tablet te nemen dan een handvol pillen. In rijkere landen zoals Nederland kan de pil helpen therapietrouw te vergroten. Voor armere landen is het een uitkomst dat de combinatiepil zo goedkoop is. De polypil kan voor deze landen preventie van hart- en vaatziekten betaalbaar maken.”

 

Het Indiase farmaceutische bedrijf Dr. Reddy’s Laboraties maakt de ‘Red Heart Pill’. Als de pil effectief blijkt wil het bedrijf de polypil onder andere in India op de markt brengen. Het gebruik van de pil zou daar 15 euro per patiënt per jaar kosten. In Nederland zou de combinatiepil de medicijnen kunnen vervangen die nu los van elkaar worden gebruikt. De kosten van de pil in Nederland zijn nog niet bekend, maar er wordt verwacht dat de pil goedkoper zal zijn dan de afzonderlijke componenten. 

Het onderzoek heet UMPIRE (Use of a Multidrug Pill In Reducing cardiovascular Events) en is mede gefinancierd door het Zevende Kaderprogramma van de Europese Unie.

Hart- en vaatziekten vormen wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak, In 2004 overleden ruim 17 miljoen mensen aan hart- en vaatziekten, dat is 29 procent van de wereldwijde sterfte (Bron: WHO).

Meer informatie: www.spacecollaboration.org

Tags: hart-en vaatziekten, Juliuscentrum, Polypil, UMCU
Geplaatst in News | plaats reactie »

Nachtelijke epilepsieaanval

6 mei 2010 om 7:49 uur door Jan Taco

eHealth

Epilepsie

Nachtelijke uren

Een signaleringssysteem dat ’s nachts betrouwbaar vaststelt of een epilepsieaanval (insult) optreedt. Dat is het doel van het Tele-epilepsie project, dat het UMC Utrecht, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland en Kempenhaeghe gezamenlijk uitvoeren. ZonMw steunt het project met een subsidie van bijna 700.000 euro.

EEG niet haalbaar

De beste manier om een aanval waar te nemen is via een EEG (een electroencefalogram of ‘hersenfilmpje’). Maar die methode is zo gevoelig dat de meting alleen in het ziekenhuis bruikbaar is. De onderzoekers willen daarom epilepsieaanvallen opsporen via een combinatie van vier relatief eenvoudige systemen: waarneming van beeld, geluid, beweging en hartritme. Onderzoekers kijken op twee manieren naar beweging en bewegingsonrust: via automatische beeldanalyse en door het gebruik van bewegingssensoren (versnellingsmeters) geplakt op armen en benen.

Integratie?

Los van elkaar zijn deze systemen niet voor alle epilepsiepatiënten nauwkeurig genoeg om een aanval met voldoende zekerheid waar te nemen en leiden ze tot valse alarmen. De verwachting is dat de combinatie wél nauwkeurig en betrouwbaar genoeg werkt. Over anderhalf tot twee jaar hopen de onderzoekers een systeem te hebben dat in een klinische trial, bij patiënten, getest kan worden. Het is belangrijk aanvallen ’s nachts waar te nemen. Sommige aanvallen zijn zo erg dat ouders of zorgverleners ze met medicijnen moeten stoppen. Bovendien kunnen nachtelijke aanvallen een aanwijzing zijn dat de medicatie niet goed is ingesteld.

Frans Leijten

Neuroloog dr. Frans Leijten van het UMC Utrecht: “Het waarnemen van nachtelijke aanvallen is een groot probleem in de epilepsiezorg. Als het lukt is het een enorme vooruitgang voor epilepsiepatiënten, hun ouders en instellingen voor geestelijk gehandicapten. Epilepsie is een ernstige ziekte, maar wat het zo erg maakt is de onvoorspelbaarheid. Als het signalerings¬systeem werkt hebben ouders en zorgverleners in elk geval de geruststelling dat een kind niet onopgemerkt ernstige aanvallen doormaakt.”

120.000

In Nederland lijden bijna 120.000 mensen aan epilepsie. Een deel daarvan reageert slecht op medicijnen en is ook niet via een operatie te behandelen. Dit gaat relatief vaak om kinderen en om volwassenen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Epilepsie is een hersenziekte waarbij abnormale elektrische activiteit leidt tot aanvallen met onder meer spiersamentrekkingen. Deze aanvallen kunnen bedreigend zijn. Het project is een initiatief van het UMC Utrecht, expertisecentrum Kempenhaeghe, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland en Pontes Medical. Het signaleringssysteem moet uiteindelijk commercieel verkrijgbaar zijn, hiervoor zullen de partners samenwerking met het bedrijfsleven zoeken.

Tags: EHealth, Epilepsie, Insult, Kempenhaeghe, SEIN, tele-epilepsie, UMCU
Geplaatst in eHealth en Domotica, Geneeskunde, News | 2 reacties »

UMC Utrecht: expertisecentrum alle vormen van kindermishandeling

28 april 2010 om 5:44 uur door Jan Taco

 

Op 28 april bezoeken honderd kinderartsen vanuit het hele land het Wilhemina Kinderziekenhuis/UMC Utrecht om scholing te krijgen op het gebied van kindermishandeling. Het WKZ heeft in de afgelopen vijf jaar een expertisefunctie opgebouwd voor alle vormen van kindermishandeling.

De kracht van het WKZ/UMCU schuilt in de combinatie van excellente multidisciplinaire patiëntenzorg met het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. De geleverde zorg wordt continu geëvalueerd. Eén van de onderzoeken die momenteel verricht wordt in samenwerking met andere ziekenhuizen uit de Provincie Utrecht, is het zogenaamde CHAIN-ER onderzoek: Child Abuse Inventory at Emergency Rooms. Op de afdelingen Spoed Eisende Hulp in alle Nederlandse Ziekenhuizen krijgt ieder kind – in Nederland – een screening op de mogelijkheid van kindermishandeling. Het is echter nog onbekend wat de voorspellende waarde van deze screening is. Doet de screening wat hij moet doen: het opsporen van terechte gevallen van kindermishandeling? Voor zover er iets bekend is van de huidige screeningsprocedure lijkt het erop dat er veel onterechte positieve screeningen zijn: d.w.z. er is een verdenking op kindermishandeling, die uiteindelijk wordt verworpen na zorgvuldig onderzoek. Hoeveel mishandelde kinderen gemist worden met deze screeningsprocedure is nog niet bekend. Als dit lopende onderzoek is afgerond (eind 2011), kunnen deze vragen worden beantwoord en de screeningsmethode aangepast.

Verschillende vormen van kindermishandeling (zie hieronder) komen op de scholingsdag aan bod. Het belangrijkste onderdeel van de dag is de communicatietraining. Artsen vinden het moeilijk om met ouders te praten over de mogelijkheid van kindermishandeling. Juist daarom is in het programma veel tijd ingeruimd voor training. Artsen leren gedragssignalen te herkennen en  kindermishandeling, verwaarlozing en huiselijk geweld bespreekbaar te maken. Daarnaast leren ze agressie en lastig gedrag van ouders te hanteren.

De dag wordt afgerond met een voordracht van de Leuvense hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Adriaenssens met als titel: “ Kindermishandeling getekend”.

Shaken Baby Syndrome

De meest ernstige – en soms fatale – vorm van kindermishandeling is het zogenaamde ‘Shaken Baby Syndrome’, ook wel inflicted Traumatic Brain Injury genoemd. Het WKZ kreeg 24 kinderen in vijf jaar verwezen waar deze vorm van kindermishandeling mogelijk zou spelen. Bij de helft van de kinderen kon dat worden bevestigd. Het gaat dan om jonge zuigelingen, van gemiddeld drie maanden oud, die met onverklaard bewustzijnsverlies op de Spoed Eisende Hulp binnenkomen. Met aanvullend onderzoek (CT-scan, botfoto’s, bloedonderzoek, oogspiegelonderzoek) kan het bewijs voor de diagnose gevonden worden: het kind moet zeer heftig geschud zijn. Vaak zijn het kinderen met problemen, bijvoorbeeld onverklaard huilen. De dader schudt niet met het doel om het kind te beschadigen. Daders zijn vaak niet op de hoogte van de grote kwetsbaarheid van het brein van een jong kind, met daardoor grote kans op schudletsel: bloedingen in het hoofd.

Seksueel misbruik

De polikliniek van het WKZ krijgt wekelijks verwijzingen vanwege verdenking op seksueel misbruik, meestal meisjes. Meestal zijn verwijzingen afkomstig van de (zeden)politie, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling of komt het kind op verzoek van één van de ouders. Seksueel misbruik kan maar bij 12% van deze kinderen worden bevestigd. Bij 80% kan seksueel misbruik niet worden bevestigd, maar ook niet met zekerheid worden uitgesloten. Bij 40% van de kinderen speelt echtscheidingsproblematiek een rol, met verdenking van de ex-partner als dader. Opvallend genoeg is er bij de helft van de kinderen een indicatie voor hulpverlening. Niet omdat seksueel misbruik bevestigd kon worden, maar omdat er op enigerlei manier een niet-veilige leefomgeving voor het kind bestaat.

Psychotraumacentrum

Het WKZ beschikt over een landelijk Psychotraumacentrum voor kinderen die schokkende gebeurtenissen hebben meegemaakt. Daar worden ondermeer meisjes na een eenmalige verkrachting behandeld. Deze meisjes hebben allemaal een post traumatische stress stoornis, met bijbehorende klachten. Het stressysteem is ontregeld, wat ook daadwerkelijk meetbaar is aan een tekort aan het stresshormoon. Na STEPS behandeling in het Psychotraumacentrum, individueel of in een groep, zijn de stressgerelateerde klachten sterk verminderd en normaliseert het dagelijkse leven van de meisjes en hun ouders.  Daarnaast biedt het Psychtotraumacentrum opvang en behandeling na (bijna) fataal huiselijk geweld. Het gaat daarbij veelal om kinderen die getuige zijn van de moord van de ene op de andere ouder. In de afgelopen vijf jaar zijn zo’n zestig kinderen uit dergelijke situaties behandeld. 


Tags: Kindermishandeling, Shaken, UMCU, WKZ
Geplaatst in Congres | plaats reactie »

“Hogere zorgpremie voor ongezond gedrag is onuitvoerbaar”

31 maart 2010 om 5:57 uur door Jan Taco

    

 Specialisten van het UMC Utrecht zien niks in een hogere zorgpremie voor ongezond levende mensen. Ze reageren op voorstellen van die strekking in de discussie over betaalbaarheid van de zorg. De specialisten doen hun uitspraken in het aprilnummer van Uniek, het magazine van het UMC Utrecht. Ruim een derde van de totale ziektelast in Nederland is ‘rechtstreeks’ terug te voeren op een ongezonde levensstijl. Maar hoewel de invloed van levensstijlfactoren op onze gezondheid steeds duidelijker wordt, is er nooit sprake van een een-op-eenrelatie. Zo is overgewicht absoluut niet de enige oorzaak van hart- en vaatziekten. En het verband tussen longkanker en roken is erg sterk, maar het is zeker geen honderd procent.   

Holbewoners: riskante lifestyle (Diorama NTFM Ommen)

 

Epidemioloog Petra Peeters legt dat uit: “Van de rokende longkankerpatiënten zou tien tot vijftien procent ook longkanker hebben gekregen als ze niet gerookt hadden. Maar we weten niet welke patiënten dat zijn.” Als de gevolgen van ongezond gedrag niet voor iedereen hetzelfde zijn, is het moeilijk mensen daar financieel aansprakelijk voor te stellen. Het roept bovendien de vraag op wat te doen met andere vormen van risicovol gedrag. Ook de behandeling van sportblessures belast ziekenhuizen. Peeters: “Sporters nemen bewust een risico, moeten die dan ook zelf betalen? En mensen die niet deelnemen aan vaccinatie- of preventieprogramma’s, moeten die dan ook meebetalen als ze tóch de Mexicaanse griep of baarmoederhalskanker krijgen?”   

http://umcutrecht.turnpages.nl/uniek/2010-02/?openPage=12

Tags: lifestyle, UMCU, zorgpremie
Geplaatst in News | plaats reactie »

volgende 10 berichten »
website realisatie: Hamaka
  • sitemap
  • disclaimer
  • algemene voorwaarden